Toegang tot de hoofdinhoud

Artikelen 1708 tot 1762 bis van het Burgerlijk Wetboek

Elk huurcontract inzake een gemeubileerd of niet gemeubileerd goed in België volgt de bepalingen van de artikelen 1708 tot 1762 bis van het Burgerlijk Wetboek. Dit is de gemeenschappelijke basis voor elk huurcontract, of het nu om een handelshuurcontract gaat, de verhuring van een parkeerplaats of een seizoensgebonden verhuring.

De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek zijn aanvullend, dit wil zeggen dat de verhuurder en de huurder, behoudens uitzondering, contractueel hiervan mogen afwijken in het huurcontract. De uitzondering heeft betrekking op de artikelen waarvan de dwingende aard in het artikel zelf wordt aangehaald.

Als er overigens een specifieke wet bestaat voor een type huurcontract, zoals bijvoorbeeld de huurwet van 20 februari 1991 inzake de huurcontracten voor een hoofdverblijfplaats, dan hebben de bepalingen van deze laatste betrekking op deze van de artikelen 1708 tot 1762 bis van het Burgerlijk Wetboek.

oorsprong : http://www.ejustice.just.fgov.be


BURGERLIJK WETBOEK. - BOEK III -  TITEL VIII. - HUUR.

HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN.

Art. 1708. Er zijn twee soorten van huur :

De huur van goederen,

En de huur van werk.

 

Art. 1709. Huur van goederen is een contract waarbij de ene partij zich verbindt om de andere het genot van een zaak te doen hebben gedurende een zekere tijd, en tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt te betalen.

 

Art. 1710. Huur van werk is een contract waarbij de ene partij zich verbindt om iets voor de andere te verrichten, tegen betaling van een tussen hen bedongen prijs.

 

Art. 1711. Die twee soorten van huur worden nog verder onderverdeeld :

Onder huishuur wordt verstaan de huur van huizen en die van meubelen;

Onder pacht, de huur van landeigendommen;

Onder huur van werk, de huur van arbeid of van diensten...

© 2025 LeBonBail
design by twinn